De 6 onderwijspijlers van NLtraining
NLtraining heeft een duidelijke onderwijsvisie: Het doel van ons onderwijs is om onze deelnemers in een effectieve leeromgeving Nederlands te leren en aan de hand daarvan hun zelfredzaamheid en p
articipatie in de maatschappij te vergroten.
Onze manier van lesgeven is gebaseerd op zes onderwijspijlers: veilig, autonoom, interactief, activerend, differentiëren en praktijkgericht. Deze pijlers vormen ons kompas voor goed en effectief taalonderwijs. Maar wat betekenen die pijlers eigenlijk in de praktijk?
Veilig
Een cursist leert het beste in een omgeving waarin hij of zij zich veilig en welkom voelt. Een veilige les betekent dat cursisten vragen durven stellen, fouten mogen maken en zichzelf kunnen zijn.
Als docent speel je hierin een belangrijke rol. Hoe reageer je bijvoorbeeld op een fout? En hoe zorg je ervoor dat iedere cursist zich gezien voelt in de groep en zich herkent in de lessen en programma’s? Een veilige leeromgeving vormt daarmee de basis voor leren én groeien.
Autonoom
Wij vinden het belangrijk dat cursisten niet alleen deelnemen aan hun leerproces, maar hier ook zelf eigenaarschap over voelen en invloed op hebben.
Autonomie betekent dat cursisten ruimte krijgen om keuzes te maken, eigen doelen te stellen en verantwoordelijkheid te nemen voor hun ontwikkeling tijdens en na hun cursus. Dat kan soms al in kleine dingen zitten: een keuze in een opdracht, ruimte voor een eigen onderwerp of samen reflecteren op wat goed gaat. Want wanneer cursisten ervaren dat hun keuzes ertoe doen, groeit ook hun betrokkenheid en groeien ze richting onafhankelijke en zelfstandige taalgebruikers.
Interactief
Een taal leer je door de taal te gebruiken. Daarom staat interactie centraal in onze lessen. Cursisten krijgen de ruimte om veel te spreken, naar elkaar te luisteren en samen te werken. Niet alleen met de docent, maar juist ook met elkaar; als cursisten meer aan het woord zijn dan de docent, doen we het goed.
Een interactieve les hoeft daarbij niet ingewikkeld te zijn. Soms is een goede vraag, een stelling of een korte werkvorm al genoeg om iedereen aan het praten te krijgen. Door in de les te oefenen met gesprekken voor buiten de les, groeit ook het zelfvertrouwen van de cursist en wordt de spreekdrempel verlaagd.
Activerend
Leren doe je niet alleen door te luisteren. Door zelf iets te doen, te oefenen en te ervaren, wordt leren actiever en betekenisvoller.
Activerend lesgeven betekent daarom dat cursisten zo min mogelijk passief luisteren, maar juist zelf aan de slag gaan. Denk aan samenwerken, bewegen, oefenen, ontdekken of een actieve werkvorm die aansluit bij het lesdoel.
Voor de docent betekent dit soms ook: even loskomen van het boek en kijken welke werkvorm het beste past bij de groep en het leerdoel.
Differentiëren
In het NT2-onderwijs is differentiëren de norm. Cursisten verschillen in taalniveau, leerervaring, achtergrond, tempo en leerbehoeften. Daarom is het belangrijk om binnen een groep ruimte te maken voor die verschillen.
Differentiëren betekent niet dat je voor iedere cursist een compleet andere les moet voorbereiden. Met kleine aanpassingen kun je al veel bereiken. Denk aan verschillende niveaus of uitwerkingen van een opdracht, extra uitdaging voor cursisten die sneller klaar zijn of juist meer ondersteuning voor iemand die dat nodig heeft. Zo krijgt iedere cursist de kans om op een passende manier te leren. Ook het geven van ruimte aan eigen leerdoelen is een vorm van differentiëren, waarbij cursisten kunnen werken aan een doel dat bij hun niveau en eigen leven past, op een manier die bij hun past.
Praktijkgericht
Nederlands leer je niet alleen in het klaslokaal. Cursisten hebben de taal nodig op hun werk, in de supermarkt, bij de huisarts, op school van hun kinderen en in allerlei andere situaties.
Daarom verbinden we het leren in de les zoveel mogelijk met de wereld buiten de klas, door te werken met authentieke materialen en door de drempel over te gaan naar buiten toe. Door te oefenen met echte situaties wordt taal relevanter en krijgen cursisten meer vertrouwen om het Nederlands ook daadwerkelijk te gebruiken in hun dagelijkse leven.
Praktijkgericht onderwijs gaat dus niet alleen over wat een cursist in de les kan, maar vooral over wat hij of zij met het Nederlands kan doen buiten de muren van het klaslokaal.
Onze zes pijlers versterken elkaar
De zes onderwijspijlers staan niet los van elkaar, maar zijn sterk met elkaar verbonden. Juist de combinatie maakt het verschil. Een veilige omgeving geeft cursisten de ruimte en het vertrouwen om te leren. Interactie zorgt ervoor dat ze de taal actief gebruiken en dat de spreekdrempel wordt verlaagd. Differentiëren helpt om aan te sluiten bij verschillende niveaus, leerstijlen en leerbehoeftes. Autonomie zorgt voor meer eigenaarschap. Activerende werkvormen brengen cursisten in beweging. En door praktijkgericht te werken, krijgt wat cursisten bij ons leren betekenis buiten de klas. Samen vormen de zes pijlers het kompas voor ons onderwijs bij NLtraining.
Wil je er zelf mee aan de slag?
Wil je weten hoe je deze zes pijlers kunt vertalen naar je eigen NT2-lessen? Doe dan mee met onze gratis NT2-inspiratiechallenge!
Zes dagen lang ontvang je iedere dag inspiratie, een praktische lestip en een oefening rond één van onze onderwijspijlers. Zo kun je de ideeën direct uitproberen in je eigen les. Meld je hier aan en ontvang vanaf morgen zes dagen lang nieuwe inspiratie voor jouw NT2-lessen!